Brouwproces

Heb je alles in huis? Dan gaan we een start maken met brouwen van ons eerste Triple biertje!

Volg nauwkeurig het stappenplan hieronder, lees het even helemaal door voordat je gaat beginnen.
Veel succes en laat even weten hoe het resultaat is geworden!


1. Het maken van een giststarter (niet op de brouwdag zelf, maar eerder! Lezen dus!)

Bier zonder alcohol is als seks zonder orgasme. Gist zorgt voor het omzetten van suikers in alcohol. Gist is dus belangrijk en wij vinden het dus de belangrijkste
factor in het hele brouwproces, duh!

We gaan eerst aan de slag met de SmackPack van Wyeast (Trappist variant). Deze moet je in de koelkast bewaren! Bekijk de productiedatum die op de verpakking vermeldt staat. Bepaal hoeveel maanden er tussen de productiedatum en de gewenste brouwdatum zit. Voor elke maand later houd je 1 dag in gedachten. Als er bijvoorbeeld geproduceerd is in november en je wilt brouwen in februari houd je dus 3 dagen aan.
Belangrijk: In dit laatste geval haal je de SmackPack 3 dagen voor je gaat brouwen uit de koelkast.

Nadat je de SmackPack uit de koelkast hebt gehaald, bepaal je waar de bobbel in de verpakking zit. Maak de verpakking niet open, maar plaats de verpakking met bobbel in je handpalm. Nu mep je met je andere hand op de bobbel in de verpakking. Het is de bedoeling dat de bobbel in de verpakking opengaat en de gist met het andere goedje vermengd wordt. Merk je duidelijk dat de bobbel is verdwenen, leg dan de verpakking op een redelijk warme plaats (tussen de 20 en 24 graden). Na een paar uur zal je merken dat de verpakking langzaam begint op te bollen. De verpakking zal steeds boller gaan staan. Dit heeft te maken met de gassen die vrijkomen door de activiteit van de gist. Denk maar aan het eten van een bruinebonenschotel en het resultaat daarvan...

2. Het malen van de Pilsmout en de Tarwemout

Het malen doe je met een maalmolen. In brouwtermen: "Het schroten doe je met de schrootmolen". Dit is een belangrijk karwei. Het is namelijk de bedoeling dat de kafjes (het omhulsel van de korrel) zoveel mogelijk heel blijven, maar dat de inhoud van de korrel geplet wordt.
Als je geen molen hebt, kun je het proberen met een deegroller, echter hebben wij daar geen ervaring mee. We kunnen ons ook zo voorstellen dat het bewerken van circa 3 kilo granen nogal wat tijd in beslag gaat nemen met een deegroller.

Neem eerst de tijd voor het afstellen van de molen. Maak zeker een paar slagen voordat je het resultaat bekijkt. De grootte van de gemalen korrels varieren namelijk nogal in het begin. Je kunt de molen afstellen met behulp van de schroef (rechts op de foto hieronder).


De korrels die wij hebben gemalen zien er zo uit:

Zit er nog (te fijne) meuk in je gemalen korrels, dan kun je dat eruit filteren met behulp van een vergiet:

Maal niet alleen de Pilsmout maar ook de Tarwemout. Omdat dit kleinere korrels zijn, moet je de molen weer aanpassen totdat je het gewenste resultaat hebt bereikt.


3. Andere voorbereidingen

Minder leuk van al dat brouwen is, dat je bijzonder hygienisch moet werken. Op dit moment van het brouwproces valt het nog mee, maar later moet je echt gaan oppassen voor al die enge bacterien die ervoor kunnen zorgen dat je biertje niet meer smaakt. Zorg er dus voor dat alles schoon is. Ook gaan we de gasbrander aansluiten. Wij doen dat gewoon met behulp van de aansluiting van ons gaskooktoestel. Men raadt echter aan om dit buiten te doen... Controleer voordat je gaat beginnen of je de juiste gaskoppelingen in huis hebt en dat er voldoende geventileerd wordt, als je toch besluit om het binnen te doen.

keuken schoon?

aansluiten van de gasbrander

brouwketel op gasbrander

Als je denkt dat de gasbrander niet genoeg fikt (zoals in ons geval) kun je een beetje experimenteren met de luchtinlaat van de brander. Als je tape over de luchtinlaat plakt en daarin een paar gaatjes prikt, kan het zijn dat de brander beter gaat fikken.

4. Water op het vuur en de brouwzouten erbij

Is je keuken schoon? De materialen waar je mee aan de slag gaat proper? De brander aan het gas? Zo ja, lees dan verder.

We gaan in totaal circa 10 liter Triple bier maken. Om dit te bereiken gieten we in de brouwketel 13 liter kraanwater. Verwarm dit water tot 55 graden (Celsius natuurlijk!). Dit kan even duren. Gooi ondertussen de beide brouwzouten erbij. De lage dosering maakt meten echter lastig. Een half theelepeltje zonder kop (per brouwzout) moet voldoende zijn. Roer met een roerspaan door de brouwketel als je de temperatuur meet, zodat het water overal even warm is. Wellicht is het handig om de thermometer op een bepaalde manier te bevestigen aan de brouwketel, zodat je later gemakkelijk de actuele temperatuur kunt meten. Het meten van de temperatuur is namelijk belangrijk en zullen we nog veel moeten doen tijdens het brouwproces!

5. Mout erbij!

Als je water 55 graden is, kun je de gemalen Pilsmout en de gemalen Tarwemout erbij gieten. Roer het nu zachtjes door. Door het toevoegen van de mout zakt de temperatuur van het water ongeveer tot 51 graden. Laat het bij deze temperatuur zo'n 10 minuutjes staan nu. Als de temperatuur teveel stijgt door de activiteit van de brander, kun je ook gewoon de brander even uitzetten!

water met mout

dit wordt bier?

6. Brander aan, temperatuur meten en tijd opnemen!

Nu wordt het spannend. Het is de bedoeling dat we het goedje (beslag) gaan opwarmen tot een bepaalde temperatuur, voor een bepaalde tijd. Dit gaan we een aantal keren doen. In brouwers-termen wordt dit het "Maischschema" genoemd. (Goed die termen uit je hoofd leren, dan hoor je er helemaal bij!). Bij bepaalde temperaturen gaan enzymen in het goedje hun werk doen en dat schijnt ervoor te zorgen dat je bier lekker gaat smaken. Meer informatie hierover vind je zeker elders op internet. Wij willen helemaal niet weten wat er precies in het pannetje gebeurt, als het bier maar lekker smaakt...

Ok, dit (maisch)schema gaan we hanteren:

Maischschema
 
 
 
 
 
 
 
Temperatuur
60
70
75
Tijd
45
30
5

Als het goedje (beslag) 10 minuten heeft staan weken, zetten we de brander dus open en laten we de temperatuur stijgen tot 60 graden. Pas op dat het geheel niet aanbrandt, dus blijf zachtjes roeren. Probeer per minuut een temperatuursstijging van circa 1 graad voor elkaar te krijgen. Als de inhoud van de pan zo'n 60 graden is, kun je het beste de brander uitzetten en het geheel 45 minuten laten staan. Meet ondertussen wel de temperatuur een aantal keer. Zakt deze, zet dan de brander weer aan. Logisch. Blijf roeren, want temperatuursverschillen in de pan komen voor.

Werk op de beschreven manier het maischschema door. Lees nu alvast maar verder, want na de temperatuur van 75 graden moeten er alvast een aantal zaken klaarstaan (zie ook puntje 8).


7. Meten van de pH

Nadat je beslag 5 minuten op 75 graden heeft gesudderd gaan we nu echt de scheikundige uithangen, want we gaan de pH van het beslag opmeten. Gebruik hiervoor de pH strookjes met een schaal van 6,8 tot 5,2. (De kleur van het middelste vakje op het strookje geeft de pH waarde weer.) De pH waarde van je beslag zou tussen de 5,4 en de 5,6 moeten liggen. Waarschijnlijk is dit niet het geval. Gebruik dan melkzuur voor het aanzuren van je beslag. Begin met het toevoegen van een eetlepel melkzuur en meet hierna opnieuw de pH. Herhaal dit totdat je de juiste waarde hebt bereikt. Pas op met het toevoegen van teveel melkzuur; het schijnt dat je dit kunt proeven in je uiteindelijke biertje. Wij hebben ongeveer 1 eetlepel toegevoegd voor het bereiken van de juiste waarde.

meten van de pH

de kleur van het middelste vakje is de pH waarde van je beslag

8. Filteren van het beslag

Als het beslag de juiste pH waarde heeft, gaan we het beslag filteren. In totaal gaan we 2 liter spoelwater van 80 graden in deze stap gebruiken. Zorg ervoor dat je water van 80 graden klaar hebt staan. Omdat temperatuur wederom belangrijk is bij deze stap, kun je het beste de filterkuip isoleren met een slaapzak of ander isolatiemateriaal. Je laat nu het beslag langs de rand van de filterkuip naar beneden glijden, alles moet in de filterkuip terecht komen. We doen dit langs de rand, omdat er op deze manier zo min mogelijk zuurstof bij kan komen. Houd de kraan van het filtervat nu nog dicht.

Als de filterkuip gevuld is roer je voorzichtig door het mengsel, zodat de zwaarste bestandsdelen naar beneden kunnen zakken. De kafjes van de mout tezamen met het filterbed zorgen namelijk voor een ideaal bierfilter. Ook worden er nog belangrijke bestandsdelen uit de drab gefilterd, die weer lekker zijn voor je bier (en de kleur). De kraan van het filtervat is nog steeds dicht. Je laat deze meuk nog zo'n 10 minuutjes staan, zodat alle grote bestandsdelen naar het filterbed kunnen zakken.

Na 10 minuten zet je de kraan even kort open. Je hebt natuurlijk een schone opvangbak onder de kraan gezet. Ondertussen spoel je heel voorzichtig met het spoelwater. Niet al het spoelwater gebruik je in het begin. Als het filteren moeizaam verloopt, dan giet je weer wat spoelwater bij de drab.

Waarschijnlijk is de meuk die uit de kraan stroomt nog redelijk troebel. Dit drabje giet je voorzichtig terug in het filtervat. Je herhaalt dit proces totdat hetgeen wat je opvangt redelijk helder is. Hetgeen wat je opvangt heet in brouw-termen: "Wort". Het heldere wort giet je terug in de brouwketel, die je natuurlijk van tevoren hebt schoongemaakt. De brander onder de brouwketel staat reeds aan en verwarmt het heldere wort. De totale omvang van het wort moet namelijk uiteindelijk gekookt worden.

Het kan zijn dat de laatste restjes van de drab lastig door het gevormde filter loopt. Je kunt dan, voorzichtig, door de bovenste laag van het kafjesfilter roeren. Als je hierna weer aftapt zul je zien dat het wort weer redelijk troebel is. Giet het hierna weer terug en laat het daarna opnieuw door het filter lopen, net zolang totdat het helder is. Nogmaals; heldere wort giet je in de brouwketel en zorg ervoor dat je spoelwater op 80 graden blijft.

Probeer ervoor te zorgen dat tijdens deze stap de filterlaag (van kafjes) niet droog komt te staan. Als dit dreigt te gebeuren zet je de kraan dicht.

het aanleggen van de filterlaag van kafjes


Uiteindelijk zul je nu helder wort in de brouwketel hebben zitten en onder de brouwketel staat de brander aan. Verder met stap 9.



9. Het koken van de heldere vloeistof (wort) met de hop

In dit recept worden 3 soorten hop gebruikt, Goldings-, Saaz- en Hallertau Spalt Select hop. De totale hoeveelheden van deze hopsoorten (zowel korrels als bloemen) donder je bij elkaar. In totaal zal dit 50 gram hop zijn. Het wort laat je nu in totaal 75 minuten koken. Het zal even duren voordat je de 100 graden bereikt. Voordat de 100 graden bereikt wordt, voeg je 20% van dit hopmengsel erbij; dus 10 gram. Het mengsel voeg je toe aan het wort in een hopzakje. Let er tijdens deze stap op, dat je wort niet gaat overkoken. Er kan kleverig schuim ontstaan dat over de pan loopt. Das een vervelend werkje om op te moeten ruimen! Blijf tijdens het koken door het hete wort roeren, zo wordt de hop lekker in het wort opgenomen. (We klinken nu al als zeer gevorderde brouwers, niet waar?)

Wanneer de 100 graden bereikt is, voeg je nogmaals 35 gram van het hopmengsel in een hopzakje toe. Als het wort 60 minuten heeft gekookt doe je het restant van het hopmengsel in een hopzakje en voeg je ook toe. Er drijven nu drie heerlijke hopdrollen in het kokende wort. Na 75 minuten doof je de vlam en ga je verder met stap 10.

twee zakjes met hop

detail hopzakje

10. Koelen van de heldere vloeistof (wort)

Nu wordt het oppassen! Door het koken hebben we de vloeistof steriel gekregen (bacterie-vrij). Alles wat je echter hierna gebruikt moet ECHT heel erg schoon zijn, want anders komen de enge bacterien weer om de hoek kijken.

Ok, schep de hopdrollen uit de pan. Voeg de 500 gram rietsuiker toe (snoepjes voor het gist). En roer dit goed door. Sluit ondertussen de koeler aan op de waterkraan en plaats hierna de koeler in het heldere wort. Het wort dient nu afgekoeld te worden tot 25 graden. Dit gaat vrij snel door koud kraanwater door de koeler te laten lopen. Werk bijzonder hygienisch, naarmate het wort afkoelt is het bijzonder gevoelig voor infecties.

koeler in de brouwketel

1 leiding warm, 1 leiding koud

 

11. Overgieten wort in gistingsvat

Als het wort een temperatuur van 25 graden heeft bereikt, giet je dit over in een ZEER SCHOON gistingsvat. Hierbij mag best wat zuurstof ontstaan (dat vindt het gist lekker). Als het wort in het gistingsvat is geschonken meet je het Soortelijk Gewicht van het goedje met behulp van een hydrometer. Ga als volgt te werk: Vul een maatcilinder voor ongeveer 80% met wort en laat daar de hydrometer in zakken. (Is de maatcilinder wel gereinigd, voordat je deze in het wort dompelt?) Lees nu af waar de bovenkant van de vloeistof de hydrometer raakt (op de 1000-schaal). Zorg ervoor dat de hydrometer niet de randen raakt, want dan kan een afwijking plaatsvinden. Het meten van je SG (=Soortelijk Gewicht) is belangrijk voor de uiteindelijke bepaling van het alcohol percentage. En dat willen we wel weten, toch? Als het goed is zul je een SG van circa 1095 - 1065 meten. Noteer de waarde van het SG ergens, ook wel bekend als begindichtheid.

12. Toevoegen van het gist

Als je alles in het gistingsvat hebt laten lopen en de suiker is erin opgelost is het tijd voor het toevoegen van het gist. Zorg ervoor dat de verpakking van de Wyeast Trappist gist goed schoon is, anders kan het zijn dat je bacterien meegiet. Scheur de verpakking open en laat de vloeistof in het gistingsvat lopen. Pas op dat je de zakjes in de verpakking niet meegiet. Roer nu de toegevoegde gist goed door de vloeistof. Hierbij mag wederom zuurstof ontstaan, omdat onze helden (de gistcellen) dit lekker vinden.

13. Beluchten van het wort

Het mag nu wel duidelijk zijn dat gist mede gecharmeerd is van zuurstof, zeker in het begin! Natuurlijk willen we voor de gist een ideale omgeving creeren. Zij doen tenslotte het belangrijkste werk; suikertjes eten en alcohol plassen! We gaan daarom de vloeistof extra beluchten. Dit kan gemakkelijk met een aquariumpompje en bruissteentjes. Zorg ervoor dat het bruissteentje goed schoon is. Dit kan je doen door het even uit te koken. Alles wat namelijk 100 graden is geworden, kunnen we redelijk steriel noemen.

Laat het bruissteentje met het schone slangetje in het wort zakken en dek het gistingsvat zo goed mogelijk af, om weer infecties te voorkomen. Het beste kun je beginnen met een beluchtingsessie van 15 minuten. Laat hierna het wort 45 minuten staan en belucht daarna weer 15 minuten. In totaal doe je dit vier uur lang. Dus 4x een beluchtingsessie van 15 minuten binnen een periode van 4 uur. Tijdens het beluchten kunnen er infecties met de lucht meegevoerd worden, werk dus weer schoon.


14. Afsluiten gistingsvat

Na het beluchten kan de deksel op het vat geplaatst worden. Zorg ervoor dat je goed afsluit, er mag geen lucht onder de randen van de deksel ontsnappen, bij goedkope plastic vaten wil dit nog wel eens gebeuren! Vul nu je waterslot voor de helft met water. Doe er zeker niet teveel water in, want dat zal gegarandeerd over het waterslot lopen, als je goedje gaat gisten. Plaats het waterslot in het daarvoor bestemde gat in de deksel. Het waterslot zorgt ervoor dat de poepjes die het gist laat op een goede manier uit het vat verdwijnt. De poepjes veroorzaken zogenaamde "brubbels" in het waterslot. Aan de hand van de brubbels (borreltjes) kun je gemakkelijk het proces monitoren.

Zet nu het gistingsvat warm weg, zo rond de 22 tot 24 graden. Om deze temperatuur aan te houden is het verstandig om je gistingsvat te isoleren met bijvoorbeeld een slaapzak. Zelf hebben wij ervoor gekozen om de vloeistof op temperatuur te houden met behulp van een aquarium thermostaatje. Het snoer waarmee de thermostaat in het vat hangt moet dan wel luchtdicht in de deksel worden geplaatst. Anders verdwijnt het gas door de "lekken" en niet door het waterslot. Een goede manier om het snoer op een luchtdichte wijze door je deksel te krijgen, kan met een zogenaamde wartel. Deze kun je waarschijnlijk wel bij van die knutsel elektronica zaken of bouwmarkten krijgen.

15. Wegzetten van je gistingsvat

Nu is het dus wachten. Maar dat hebben we natuurlijk wel verdiend, na zo'n intensieve brouwdag! Evalueer je brouwdag bijvoorbeeld onder het genot van een goud gele rakker en maak aantekeningen van je brouwproces. Das handig voor de volgende keer dat je gaat brouwen. Noteer ook alle ingredienten, zodat je dit later kunt aanpassen op je eigen smaakvoorkeuren.

Na een uurtje of zes zul je waarschijnlijk al activiteit in het waterslot opmerken. Dat betekent dat je gist al lekker aan de gang is gegaan. Om een idee te krijgen van de activiteiten van het waterslot, bekijk je een amateur-filmpje hier (QuickTime, de viewer download je hier). De alcohol die het gist nu aan het vormen is, zorgt er ook voor dat bacterien minder kans van slagen hebben. Komt het gistproces niet op gang? Kijk dan even of je het gistingsvat voldoende warm hebt weggezet. Gist slaapt namelijk onder de 20 graden. Ook kan het zijn dat er toch gassen ontsnappen aan de zijkanten van je deksel. Dat is op zich niet dramatisch, maar het is veel leuker om je waterslot in actie te zien! Aan de schuimafzetting aan de rand van je vat, kun je tevens zien dat het gistingsproces is gestart. Maak het vat overigens niet open, maar bekijk de randen van het vat vanaf de buitenkant. Het openen van het vat werkt weer infecties in de hand.

Laat het vat nu ongeveer een weekje staan. Je zult zien dat naarmate de tijd verstrijkt, de activiteit in het waterslot ook afneemt. Als deze activiteit inderdaad is afgenomen, gaan we opnieuw een dichtheidsmeting doen. Tap wat wort af en meet daarvan het soortelijk gewicht op de 1000-schaal (SG). Dit SG heeft nu een veel lagere waarde dan de begindichtheid die je hebt genoteerd. Het SG zal liggen tussen de 1020 en de 1005. Als de vloeistof tussen deze waarde ligt, ga je verder met stap 16.



16. Overhevelen naar het lagervat

Onderin het gistingsvat ligt een hoop drab na een tijdje. Die drab willen we niet in ons uiteindelijk biertje! Daarom hevelen we het zaakje over naar een zeer goed gereinigd lagervat. Hevel over met behulp van slangen of het kraantje onderin je gistingsvat. Zorg er in ieder geval voor dat je de drab niet opschud. Hevel niet de troebele deeltjes over naar dit lagervat, maar laat dit lekker achter in het gistingsvat.



17. Lager periode

Het lagervat mag je iets kouder wegzetten dan het gistingsvat, zo rond de 20 graden. Plaats wel een waterslot op het lagervat en sluit het vat goed af met een deksel. Je zult zien dat in het begin de activiteit in het waterslot weer wat toeneemt, maar hierna weer af. Na anderhalve week is je bier veel helderder geworden. Doe nog een dichtheidsmeting en noteer ook weer deze waarde van het SG. De waarde van het SG na het lageren, zal niet veel verschillen dan het SG dat je hebt gemeten na de hoofdvergistingsperiode (tussen stap 15 en stap 16) Ga nu verder met stap 18.



18. Bottelen


Maak allereerst heel goed de flesjes schoon waarin je het bier wilt bottelen! Je wilt mensen geen zelf gebrouwen biertje voorzetten, waar nog peuken van je laatste feestje in drijven, toch ;-) ? Wij hanteren de volgende schoonmaaksessie (om je een idee te geven): Eerst 1x alleen koud spoelen in de vaatwasser. Zo kun je de labels van de bierflesjes makkelijk verwijderen. Hierna nog een keertje koud naspoelen in de vaatwasser. Hierna met behulp van de flessenborstel en het semi-professionele schoonmaakmiddel de flesjes handmatig reinigen. Controleer of de flesjes nu op het oog schoon zijn. Tenslotte laten we de vaatwasser (op een normaal programma) het werk afmaken. Voeg geen vaatwasmiddel of glansspoelmiddel toe, tijdens deze laatste wasbeurt! Dit kan namelijk de schuimbaarheid en de smaak van je biertje aantasten. Als de flesjes nu goed schoon zijn, kun je starten met het bottelen.

flessenborstel

semi-professioneel schoonmaakmiddel

 

Giet de inhoud van het lagervat allereerst over naar een ander, goed gereinigd, vat. De drab onderin het lagervat laat je weer voor wat het is, en giet je niet over. (Doe je dit wel, dan heeft lageren ook niet veel zin, toch?)

Schat nu hoeveel bierflesjes je ongeveer denkt te gaan vullen. In elk bierflesje doe je een klein theelepeltje met (kristal)suiker. Een laatste cadeautje voor het gist, als dank voor de gedane arbeid! De gist zal deze suiker gebruiken om nog een beetje alcohol te plassen. Ook dient deze suiker voor de vorming van koolzuur. In je gistings- en lagervat ontsnapte deze koolzuur door het waterslot. Maar omdat we nu het flesje zullen sluiten met een kroonkurk, blijft de koolzuur achter in de fles en zal opgenomen worden in je bier. Als je teveel suiker in het flesje doet zal er te veel koolzuur ontstaan en flikkert de bodem van je bierflesje er door de grote druk uiteindelijk uit. En dat willen we niet. Voor dit recept kun je aanhouden dat je tussen de 8 en de 9 gram suiker per liter bier, dient toe te voegen ten behoeve van de nagisting op de fles. Als je een nauwkeurige digitale weegschaal hebt, kun je deze hoeveelheden precies per flesje afmeten.

Als de suiker in de flesjes zit, kun je gaan bottelen. Laat het bier uit het schone vat langs de rand van je flesjes lopen, zo ontstaat er het minste schuim. Vul de flesjes tot ongeveer 1,5 centimeter onder de rand, net zo vol als de normale bierflesjes zitten (en die heb je genoeg in je handen gehad, dus je zult daar wel een idee over hebben!) En sluit het flesje hierna gelijk af met een kroonkurk middels het kroonkurkapparaat. Als je hiervoor beugels gebruikt, kook dan deze eerst even uit, om weer infecties te voorkomen.

Sticker nu alvast de flesjes met een zelfgekozen opdruk zodat je later nog weet wat erin zit. Das zeker handig als je de smaak van het brouwen te pakken hebt en meer biertjes gaat maken. De flesjes zet je nu nog een weekje warm weg. Dit kan op dezelfde temperatuur als het lagervat; zo'n 20 graden. Na een weekje zet je de flesjes koeler weg, bijvoorbeeld in de kelder of in de schuur. Dit bevordert de vorming van koolzuur. Let er wel op dat je het bier niet laat kapot vriezen in de winter bijvoorbeeld.

Loopt het water je al in de mond? Helaas moet je nu nog steeds wachten. Het biertje moet eerst nog rijpen en klaren (helderder worden). Laat de biertjes dus rustig staan, houd 6 tot 8 weken aan. In die weken kun je natuurlijk lekker verder met het brouwen van andere recepten! Deze lange rustpauze komt de smaak van het bier zeker ten goede. Tegen het einde van de rustperiode kun je stiekem heus wel een biertje proeven...



19. Alcohol percentage bepalen en proeven

Voordat we de eerste kroonkurk met trots van het flesje afwippen, bepalen we eerst even het alcohol percentage. Dit zal een schatting worden overigens. Er zijn diverse manier om het alcohol percentage te meten, maar wij hanteren de volgende methode:


((Begin SG - Eind SG) * 0,136) + 0,5

Die 0,5 die je erbij optelt is voor de nagisting in het flesje. Het Eind Soortelijk Gewicht is het SG dat we hebben gemeten na het lageren van het bier. Met deze berekening kun je er een procentje boven of onder zitten. Maar belangrijker dan het alcohol percentage is natuurlijk de smaak van het bier.


Nou, ga er even voor zitten... Dep je ogen met een doekje... Let op je hart en je bloeddruk... Pak een opener en open met trots je eerste kind!

Zie je koolzuurgas in de hals? Hoe ruikt het bier? Ziet het er helder uit in het flesje? Dep nogmaals je ogen droog en schenk het biertje uit in een schoon glas, zonder het laagje drab onderin het flesje mee te schenken. Dit komt de smaak ten goede. Schrijf (bijvoorbeeld samen met anderen) je smaaksensaties op papier. Doe dit gelijk na je eerste biertje, omdat dit een halve krat verder, minder betrouwbaar schijnt te zijn. Met behulp van de beschreven ervaringen, kun je later eventueel de ingredienten van het recept aanpassen naar eigen smaak.


Hopelijk heb je na dit hele proces letterlijk en figuurlijk de smaak te pakken van het zelf-bier-brouwen en zul je later nog veel meer eigen gebrouwen goed naar binnen klokken! Blader even door naar Bronnen en links voor meer (achtergrond)informatie over deze hobby!


Home | 1. Gereedschap | 2. Boodschappenlijstje | 3. Brouwproces | 4. Snelgids Brouwen | 5. Bronnen en links

 

 

 
 
www.martijndekker.com